“Wat doe je voor werk?”
Ik adem even in, voordat ik antwoord geef.
Niet omdat ik het niet weet, maar meer omdat het antwoord te groot is voor een netwerkborrel, een kennismakingsgesprek, een formulier met één invulvak. Omdat wat ik doe niet in één functietitel past. Omdat ik al jaren merk dat de vraag eigenlijk iets anders bedoelt: ben jij te plaatsen? Pas jij ergens in?
En het eerlijke antwoord is: niet helemaal. Nooit helemaal.
Ik heb jaren gewerkt in recruitment en arbeidsmarktcommunicatie. Een branche die draait om hokjes, functieprofielen, competentielijsten. Die vraagt: wat ben jij? Geef me een label. Geef me een richting. Geef me iets wat ik kan plaatsen.
Ik gaf antwoorden, alleen ze klopten nooit helemaal. Want ik ben niet één ding.
Pas later ontdekte ik dat daar een naam voor bestaat: multipotentialiteit. Veel hoogsensitieve en hoogbegaafde mensen herkennen zichzelf hierin, omdat ze juist meerdere talenten, interesses en manieren van denken combineren.
Ik hou van het diepe gesprek, één op één. Van structuur aanbrengen waar het chaotisch is. Van kennis opdoen tot op de bodem en die dan doorgeven op een manier die iets losmaakt. Van verbanden zien die nog niet benoemd zijn. Van creatief zijn, strategisch denken, mensen zien oplichten als ze horen wat ze altijd al wisten.
Dat past niet in één vakje en dat ben ik.
Niet onvolwassen, dat woord paste niet. Maar wel te veel, te breed, te weinig gefocust. Iemand die maar bleef wisselen van interesse, van vakgebied, van richting. Alsof er iets ontbrak. Alsof ik nog niet had gevonden wat ik zocht.
Terwijl ik eigenlijk al die tijd precies was wie ik was.
Een multipotentialist. Iemand voor wie één ding nooit genoeg is. Een term voor mensen die meerdere interesses, talenten en nieuwsgierigheden combineren, zonder dat één daarvan de rest overschaduwt.
Emilie Wapnick heeft hier een TED-talk over gegeven die mij kippenvel gaf toen ik hem voor het eerst zag. Ze noemt het multipotentialite; mensen die meerdere passies hebben en nooit één roeping, als gave. Als een manier van in de wereld staan die zijn eigen kracht heeft.
Kijk hem gerust:
Het moeilijke aan kiezen is niet dat ik niet wist wat ik wil.
Het is dat ik veel wil. En dat voelt, zeker als hoogsensitief en hoogbegaafd persoon die ook nog eens alles diep verwerkt, als een fase, een tussenstop. Iets wat overgaat als je maar lang genoeg zoekt naar dat ene.
Maar dat ene bestaat niet voor mij.
En misschien ook niet voor jou.
Wat ik heb geleerd, langzaam, niet in één moment maar in kleine verschuivingen, is dat kiezen voor mij iets anders betekent dan voor de meeste mensen.
Kiezen is niet: één ding pakken en de rest loslaten.
Kiezen is eerlijk zijn over wat mij voedt. Welke combinatie van talenten, mensen en werk mij heel maakt. Waar ik energie van krijg in plaats van dat het mij leegtrekt.
Dat is een stillere keuze en minder zichtbaar. Moeilijker uit te leggen op een borrel of bij een kennismaking.
Wel veel echter.
Als jij ook altijd dat gevoel hebt gehad van ik ben te veel, ik wissel te veel, ik focus te weinig, dan herken je misschien ook wat daarna komt.
De uitleg die je jezelf geeft. Dat je nog niet weet wat je wilt. Dat je nog zoekende bent. Dat het vast overgaat als je maar lang genoeg bij één ding blijft.
Maar het gaat niet over.
Het is geen fase. Het is hoe jouw brein werkt. Hoe jouw energie stroomt. Hoe jij betekenis geeft aan wat je doet.
Een multipotentialist heeft niet één roeping. Die heeft er meerdere. En die roepingen versterken elkaar. De creativiteit voedt het strategisch denken. De diepgang in gesprekken voedt het vermogen om verbanden te zien. De kennis die je opdoet in het ene vakgebied opent deuren in het andere. Niets staat los van elkaar.
Het is geen versnippering. Dat is een manier van zijn die zijn eigen kracht heeft. Als je hem tenminste niet voortdurend probeert te corrigeren.
Want dat is wat er gebeurt als je te lang probeert te kiezen zoals de buitenwereld dat vraagt. Je gaat jezelf corrigeren. Je snoeit in wat je bent om te passen in wat er van je verwacht wordt. En langzaam, zo langzaam dat je het nauwelijks merkt, verdwijnt de vonk.
Niet de motivatie om te werken. Niet de wil om bij te dragen. Maar het gevoel dat wat jij doet écht van jou is.
Hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid maakt dit nog complexer. Omdat je niet alleen voelt dat iets niet klopt, je voelt het diep. In je lijf. In de manier waarop een dag je energy geeft of kost. In het verschil tussen werk dat stroomt en werk dat sloopt. Je kunt jezelf niet lang genoeg voor de gek houden om het niet te merken.
De vraag is niet: hoe kies ik eindelijk één ding? De vraag is: welke combinatie van wie ik ben mag ik inzetten? En voor wie?
Dat is een ander vertrekpunt. En het leidt tot andere antwoorden.
Als dit iets raakt, is Het verschil tussen moe zijn en leeg zijn misschien ook de moeite waard.